C+B advies en expertise
Uw raadsel is onze puzzel

 

Tropische NEN1010 nodig in Suriname

TER GELEGENHEID VAN HET 25-JARIG BESTAAN VAN DE SURINAAMSE BRANCHEORGANISATIE VAN INSTALLATEURS, DE VIS, WAS EEN DELEGATIE VAN UNETO-VNI OP BEZOEK IN SURINAME. HET VIERTAL MAAKTE KENNIS MET TALLOZE ONVEILIGE SITUATIES, ENORME ENERGIEVERSPILLING, VEROUDERDE NORMEN EN EEN ONDUIDELIJK KEURINGSSYSTEEM. DE GEMAAKTE AFSPRAKEN OVER SAMENWERKING KUNNEN DAAR MISSCHIEN ENIGE VERANDERING IN BRENGEN.

De VIS, de Vereniging van Installateurs in Suriname, vierde vorig jaar haar zilveren jubileum en had in het kader daarvan een delegatie van Uneto-VNI uitgenodigd. Doel was niet alleen om kennis te maken en informatie uit te wisselen over de jongste ontwikkelingen maar ook om te onderzoeken of en op welke terreinen samenwerking mogelijk is. Onderwerpen die op het lijstje stonden waren installatienormen, erkenningsregeling en energiebesparing.
Elektro-spaghetti En zo reisde hoofd Verenigingszaken Vakgroepen van Uneto-VNI Adrie van Duijne naar de West, samen met Peter Coppes, Frans Damen en Angeline Muijs van de Moer. Tijdens een overladen programma verbaasden zij zich over een prachtig, maar technisch achtergebleven land, waarin vaardige en uitstekend onderlegde installateurs behoorlijk goed raad weten met een haperende energievoorziening, achterhaalde eisen, willekeur bij inspecties en lakse wetgevers. Maar ondanks hun inventiviteit is elektrische veiligheid ver te zoeken

AANRAKINGSGEVAAR
Afgezien van enkele 230 V-aansluitingen in hotels levert het lichtnet in Suriname een 60 Hz wisselspanning van 127 V. Ook in de stad is het hele distributienet bovengronds. De houten palen zijn beschermd tegen kortsluiting door klimmende apen en ratten, maar niet tegen houtmot en die kan een paal binnen een paar maanden doorknagen.

Levensgevaarlijke spaghetti en alles binnen handbereik.
Een groot deel van de vele stroomstoringen wordt hierdoor veroorzaakt.
Peter Coppes trof voortdurend gevaarlijke situaties aan: „Mensen lopen bijna overal risico op aanraking met spanningvoerende delen. De aansluitpunten van de woningen bevinden zich aan de straatkant op handhoogte.
Van veel verdeelkasten hangt de deur open of ontbreekt het deksel zelfs geheel. Daarachter zijn blanke draden en klemmen zichtbaar en ook kinderen kunnen daar gemakkelijk hij komen. Kabels zijn vaak provisorisch aangesloten. Zelfs in het moderne en luxe hotel waar we verbleven, bevonden zich blanke draden op 20 cm afstand van het zwembad. En tijdens een voorlichtingsbijeenkomst voor de inspecteurs van het energiebedrijf moest de projector worden aangesloten met een verlengsnoer dat eindigt in een plankje met een stopcontact zonder afdekkap.”
Elektriciteitspaal
aansluitblok
Presentator en het gehoor van installatie-inspecteurs werden met dit aansluitblok geconfronteerd. Elektriciteitspalen gaan hoogstens een paar jaar mee.

Beroepsbeoefenaars kunnen nergens op terugvallen. Suriname kent geen Arbowet; iemand die tijdens zijn werk een ongeval krijgt, heeft gewoon pech gehad. NEN 3140 is er geheel onbekend en werken onder spanning is heel normaal. Overigens hebben grote bedrijven (lees: aluminiumproducent Alcoa) wel eigen veiligheidsregels en een goed Arbobeleid.

NORM UIT 1962
De problemen komen voor een belangrijk deel door volstrekt verouderde erkennings- en inspectieprocedures. Die situatie wordt op zichzelf wel onderkend, maar omdat overheid, energiebedrijf en installatiebranche goeddeels langs elkaar heen werken, komt daar nauwelijks verandering in.

De elektriciteitsvoorziening is in handen van het Elektriciteits Bedrijf Suriname. EBS heeft dertig installatie-inspecteurs in dienst, die nieuwe installaties keuren voordat ze in gebruik mogen worden genomen. Dat gebeurt op basis van de eisen uit de NEN 1010 2e druk uit 1962. Niet bepaald een actuele norm en bovendien een norm die nooit is bedoeld voor toepassing in de tropen, waar installaties veel meer te maken hebben met problemen als stof, luchtvochtigheid, hoge temperaturen en insecten. Een ander relict is dat inspecteurs per se componenten met Kemakeur willen zien, CE-markering erkennen ze niet. Hierdoor worden prima onderdelen afgekeurd; de magazijnen liggen vol met CE-gekeurd materiaal. En intussen is er voornamelijk vraag naar ouderwets spul met Kemakeur, dat bijna niet meer leverbaar is.
Ontbreken Arbowet

INSPECTIE
Natuurlijk zouden installateurs graag meer modern materiaal gebruiken, maar dan lopen ze gevaar dat dit door de inspecteur niet wordt geaccepteerd. EBS is op dat gebied min of meer alleenheerser, zo blijkt ook uit het verhaal van E.E. Refos, direc­teur van de VSB (Vereniging Surinaamse Bouwbedrijven): „Er is geen enkel toezicht van de overheid. Je hebt alleen een bouwvergunning nodig, daarna kun je je gang gaan. De controle op de installatie wordt gedaan door de keurmeesters van de EBS.” Doordat er geen standaardcriteria zijn, is hun oordeel erg individueel verschillend. Dat frustreert de installateurs, die spreken van willekeur. In feite komt het erop neer dat ze zich moeten conformeren aan de norm van een bepaalde inspecteur. VIS-voorzitter Marilyn Matroos: „Dit kan natuurlijk niet. Er moet een transparant systeem komen en uniformiteit in de beoor­deling. Daarvoor heeft onze achterban een beroepencode nodig. Alleen, die ontwikkeling gaat langzaam, ook al omdat er nog geen passende wetgeving is. Het ministerievan Handel & Industrie werkt al twee jaar aan de Wet Beroepen & Bedrijven, maar daar lijkt nog geen schot in te zitten.”

Suriname kent geen Arbo-wet, laat staan zoiets als NEN 3140.
Ook de erkenning van installateurs gaat volgens het oude Nederlandse model. Refos: „De EBS bepaalt of iemand erkend is. Daar zijn geen echte regels voor. Als er al kan worden gesproken van criteria, dan zijn die verouderd en onduidelijk. In de praktijk is erkenning vooral een zaak van gevoelsmatige argumenten. Dan wordt bijvoorbeeld MTS met vijf jaar ervaring als richtlijn gehanteerd.”

ENERGIETEKORT
Ook de problemen met de energievoorziening stonden op de agenda. Veel elektriciteit wordt gegenereerd uit waterkracht, maar door het toenemend gebruik van water voor andere doeleinden raakt die bron langzaamaan uitgeput. Grootste slokop is de bauxietindustrie. Die krijgt voorrang bij de levering, waardoor andere gebruikers geregeld met stroomuitval kampen. Het tekort wordt deels aangevuld met generatoren op fossiele brandstoffen, maar dat is een dure oplossing. De Surinaamse bevolking merkt dat aan de fors stijgende energieprijzen, die onlangs nog met 35% zijn verhoogd.
Desondanks is elektriciteit nog relatief goedkoop en is een groot deel van het tekort te wijten aan verspilling. „De meeste huizen hebben een of meer airco's”, vertelt Peter Coppes. „Die staan dag en nacht te draaien maar tegelijk staan ramen en deuren wagenwijd open en zitten de bewoners buiten op de veranda. Ook branden lampen altijd en overal, terwijl ze overdag totaal geen bijdrage aan de verlichting leveren. Een besparing van 50 tot 60% is heel gemakkelijk en zonder investeringen te realiseren.”

 

Meetinstrument
Peter Coppes overhandigt een van de meegeleverde cadeaus, een Profitest One, aan VIS-voorzitter Marilyn Matroos.
Ook Frans Damen ziet goede mogelijkheden om het energiebeheer te verbeteren: „Ondanks dat de netten overbelast zijn, is er nauwelijks aandacht voor energiebesparing en het beperken van de piekstromen. Een betere samenwerking tussen installateurs en het energiebedrijf kan wat dat betreft al aanzienlijk schelen. Verder hebben we vanuit Uneto-VNI onze cursus Energie-economie beschikbaar gesteld. Dit kan mensen bewust maken van hun energiegebruik.”

RESULTATEN
Op het gebied van elektrische installaties en veiligheid moeten in Suriname eigenlijk wezenlijke veranderingen op drie fronten worden doorgevoerd. De wil om daarmee aan de gang te gaan is er, zeker bij de instal­lateurs, maar het zal niet meevallen om een en ander te bewerkstelligen. Coppes: „Overleg is een moeizame aangelegen­heid. Er is niet zo'n consensuscultuur als in Nederland. Vergaderen bestaat voor het merendeel uit het uitwisselen van formali­teiten, aan de inhoud komt men nauwelijks toe. Dat maakt het lastig om spijkers met koppen te slaan.”

De Nederlandse ambassadeur, Harry Verweij, wijt de stroperigheid ook aan het grote bestuurlijke apparaat: „Meer dan 60% van de Surinamers is in overheidsdienst, dat werkt verlammend op de economie. De ontwikkeling van de wetgeving heeft jaren stilgestaan dus die loopt erg achter. Ik heb een pot van 240 miljoen euro klaarliggen voor structurele verbetering, maar ik kan het geld gewoon niet kwijt. Directe uitwisseling kan wel heel goed werken. Essentieel daarbij is dat dit één op één gaat, bijvoorbeeld door de uitruil van stageplaatsen. Dáár zie ik goede mogelijkheden.”

Delegatie Het bezoek van de delegatie heeft in elk geval wel vruchten afgeworpen. Over het initiëren van een erkenningsregeling werd met alle marktpartijen overleg gevoerd. Na een stroef begin is de relatie tussen EBS en VIS duidelijk verbeterd. Het energiebedrijf is bereid om na te denken over een andere aanpak en de installateurs moeten daar nu mee aan de gang.
Verder biedt NEN ondersteuning door een aanvulling op de NEN 1010 te ontwikkelen, waarin de specifieke aspecten van het tropische klimaat aan de orde komen. En Uneto-VNI gaat assisteren bij het regelen van stageplaatsen en het realiseren van bijscholingscursussen.
Kortom een mooi voorbeeld van ontwikkelingswerk tussen vakbroeders aan beide zijde van de wereld.

 

"Staatsieportret" met (vlnr) Frans Damen, Peter Coppes, Angeline Muijs van de Moer en Marilyn Matroos.
Artikel geplaatst in Nieuwsbrief NEN 3140, mei 2006.


adresgegevens